
Terug in Nederland. Onze familie wachtte ons op op Schiphol. Het was een erg blij weerzien. De afgelopen dagen hebben we ervan genoten om iedereen weer te ontmoeten en te spreken.
Om eerlijk te zijn valt de overgang ons mee. Nu ja, onze familie op Schiphol zag er wat potsierlijk uit in al die winterkleren. En het was koud natuurlijk. Na een eerste stap op Nederlandse bodem begon het ‘koude-voeten probleem' weer. Maar verder? Het viel ons eerlijk gezegd mee. We denken dat dat komt doordat alles herkenbaar is. Natuurlijk zijn de gebouwen rondom Schiphol hoog (in Malawi zijn er nauwelijks hoge gebouwen). En natuurlijk zijn de wegen glad en zonder gaten. En zijn de auto's mooi en modern. Al die verschillen zijn ook weer herkenbare verschillen. We wisten het al bij voorbaat. We herinnerden het ons. Eigenlijk pakten we ons leven weer op waar we 7 maanden geleden gestopt zijn. Doordat de twee culturen zo verschillend zijn hebben we nog wel het gevoel in 2 werelden te leven. Wanneer we de weblog van Martijn en Anneke weer lezen of terugkijken op onze eigen schrijfsels voelen we dat des te sterker. Alles wat we dan lezen is enorm vertrouwd en tegelijkertijd oneindig ver weg.
We kijken terug op een prachtige tijd. We hebben veel gedaan, gezien, beleefd en bedacht. We hebben allebei veel voldoening gehaald uit ons werk. Colinda in het contact met patiënten en Reinder in zijn werk voor het kenniscentrum en het schrijven van een voorstel voor een beroepsopleiding. We kijken ook allebei terug op een nuttige periode. Voordat we vertrokken waren we wat terughoudend over onze mogelijkheden om een nuttige bijdrage te leveren. Achteraf gezien hebben we meer nuttig werk kunnen doen dan we aanvankelijk verwacht hadden.
Verder hebben we genoten van het land. De natuur is prachtig. En de cultuur ook. Wanneer we er even doorheen zaten, hebben we energie kunnen halen uit het prachtige landschap.
Ook de momenten met Anneke en Martijn waren erg goed. Het was erg gezellig en we hebben veel van hen kunnen leren.
Het was ook een tijd van stilstaan en bezinning. We onttrokken ons van de gevestigde orde met de verplichtingen, verwachtingen en gewoontes. Dat gaf ons de gelegenheid om vrijer na te denken over de toekomst. Zeg maar een soort woestijn-ervaring. Ook dat hebben we als waardevol ervaren. Verder hebben we in Malawi allebei concrete ideeën ontwikkeld over een toekomstige baan. Ideeën die voor ons vertrek nog helemaal niet ontwikkeld waren.
Nu we terug zijn, merken we het verschil in rijkdom. We hebben daar ook veel over nagedacht in Malawi; daar werden we wel toe gedwongen. Waarom bestaat er zo'n enorm verschil? Waarom ben ik rijk en die ander niet? Wat kan ik daaraan doen? Moet ik daar wat aan doen? Waar halen we het lef vandaan om een hele serie landen als onderontwikkeld te beschouwen? Maar aan de andere kant: waar halen we het lef vandaan om hier geld over de balk te gooien terwijl elders honger geleden wordt? Wat gaat er gebeuren met de wereld wanneer steeds meer mensen steeds meer willen? Om eerlijk te zijn weten we nog steeds geen bevredigend antwoord op deze vragen. Eigenlijk verwachten we ook niet dat dat gaat komen.
Wel denken we dat we zelf op verschillende manieren kunnen bijdragen aan het voorkomen van een slechtere wereld (of bijdragen aan een betere wereld):
We hebben een lijstje gemaakt dus. Het is maar een begin. En eigenlijk ook een beetje willekeurig. Iedereen kan de lat ergens anders leggen. En de lat kan altijd hoger gelegd worden. Waarom zouden we niet de helft van ons inkomen geven? Als daar levens mee gered worden? Dan kun je dat toch niet laten? Tjsa, we weten het niet. Veel geld wordt niet gebruikt om levens te redden. Maar het kán wel zo gebruikt worden. Moeten we het dan toch niet doen? Het blijft enorm lastig. We hopen in elk geval met het bovenstaande lijstje in een klein steentje bij te dragen.
Tot slot: allemaal bedankt voor het meelezen, de reacties en de e-mails! Daar werden we elke keer blij van. Verder danken we God voor deze mooie tijd, voor alles wat we konden doen, voor de bewaring en goede thuiskomst.
Een hartelijke groet,
Colinda en Reinder
Afgelopen weekend hebben we een afscheidsweekend gehouden aan het meer. Anneke en Martijn hadden een prachtige locatie geregeld dat een prima gelegenheid bood om terug te blikken (en ook vooruit). We hebben een paar goede dagen gehad.
Woensdag vertrekken we naar Lilongwe, de hoofdstad. Daar slapen we een nacht en gaan donderdag op het vliegtuig. Als alles goed gaat komen we vrijdag 05.30h aan. We zijn benieuwd hoe we ‘ons thuis' weer zullen ervaren. Spannend ook wel. We zullen het nog laten weten op de weblog.
Gisteravond/nacht had Colinda nachtdienst. Om half 7 's avonds kwam de eerste oproep. De watchman kwam het melden op de fiets. Voor de gezelligheid (en de veiligheid: het was al aardig donker) ben ik meegelopen. Ze was nodig op de kinderafdeling. Onderweg zei ze al dat ze hoopte dat het geen sterfgeval was. Ze was er bang voor. Inderdaad, een kindje was overleden. Ze had die dag het kind nog gezien (samen met Anneke) maar ik begreep dat er weinig meer gedaan kon worden. Als arts moet ze dan de dood bevestigen. Enorm triest. We begrepen dat moeder en oma met het kind op de rug naar huis gingen lopen.
Verder was er nog een nieuwe opname. Het kind had koorts en nog wat. Niet ernstig. Behandelen met anti-malaria en nog wat antibiotica geloof ik. De moeder van dit kind zat in de gang op een houten bankje te wachten. Daar werd ze ook geholpen. Daarna nog even naar een ander kindje kijken (die beweerde uit het ‘heksenvliegtuig' gevallen te zijn) en toen was het op de kinderafdeling gedaan. Onderwijl zat ik in de kamer van de verpleegkundigen te wachten. Het was allemaal niet nieuw voor me, maar het blijft interessant. Op de zaal brandt licht, moeders zitten rondom de bedden, wat te babbelen of te eten. Het kind ligt ofwel op bed of zit op de rug van de moeder. Een van de moeders vroeg om een bakje, haar kind moest overgeven. Ze maakte het bakje ook weer schoon. Er wordt erg veel zelf gedaan dus...
Daarna was er een patiënt op de mannenafdeling. We liepen dus weer naar buiten om naar de andere afdeling te gaan. Daar was een man die wat verward was en maagklachten had. Zijn vrouw zat zorgzaam het verhaal te doen. Colinda probeert altijd eerst zoveel mogelijk zelf in het Tumbuka te vragen, maar zeker de antwoorden worden al snel moeilijk te verstaan. Een verpleegkundige vertaalt het voor haar. Ze schreef een behandeling voor en we dachten klaar te zijn, toen we begrepen dat er nog een patiënt op de vrouwenafdeling was.
Terwijl zij op die afdeling bezig was kuierde ik een rondje over het ziekenhuis terrein. Het was een mooie avond. Beetje zwoel. De lucht was helder. Na een kwartier kuieren was ze klaar. Ze had een vrouw onderzocht en verbonden. Deze was gewond. De vrouw gaf aan geslagen te zijn door haar man. Ze deed voor hoe dat ging. Dat moet heftig geweest zijn. Ze was buiten bewustzijn geweest, maar een plens water van haar man had haar weer bij gebracht, zo vertelde ze. Ze was naar het dorpshoofd gevlucht en die had haar naar het ziekenhuis gebracht.
Een akelig verhaal. Je wordt er naar van. Toch komen dit soort verhalen vaak voor. Regelmatig vertelt Colinda weer iets dergelijks. Het enige wat je kunt doen is proberen zo goed en vriendelijk mogelijk te behandelen.
We liepen na 1,5 uur weer terug naar huis. De verdere nacht was rustig. Alleen nog rond middernacht bleek ze nodig te zijn. De ambulance kwam voor de deur. Er was een patiënt op de mannenafdeling. Gebeten door een slang. De behandeling was echter gauw gebeurd, met een half uur was ze weer terug.
Het is een mooi beroep: arts. Eigenlijk veel mooier dan rapporten schrijven en vergaderen...
Vrouwenafdeling
Na de kinderafdeling ben ik een aantal weken op de Maternity (verloskamers en afdeling voor vrouwen voor en na bevalling) geweest. Daar was ik vaak de hele dag druk, omdat ik naast de visite ook graag bevallingen wilde leiden. Erg veel geleerd. Inmiddels al ongeveer 15 bevallingen alleen gedaan. Vanaf het begin van het nieuwe jaar liepen er een aantal verloskunde-studenten rond, dus was er wat betreft de bevallingen niet veel ruimte meer over voor mij en ben ik naar de Female Ward (vrouwenafdeling) gegaan. Omdat ik deze week weer terug zal zijn op de Maternity, wil ik nu eerst maar wat vertellen over de afgelopen weken.
De vrouwenafdeling dus. Een erg gevarieerde afdeling, omdat het enige kenmerk van de patiënten is dat ze vrouw zijn en hun problemen niet onder de Maternity vallen. Erg interessant, maar ook lastig. Dat maakte de kinderafdeling met voornamelijk longontsteking, malaria en ‘buikgriep' relatief makkelijk. Deze drie komen natuurlijk nog steeds vaak voor, maar er worden ook vrouwen opgenomen met een miskraam, buikpijnklachten dat tot allerlei diagnosen kan leiden en bijvoorbeeld hoge bloeddruk, hersenvliesontsteking en tuberculose.
Even 2 patiënten ter illustratie:
We hadden kortgeleden een vrouw van 33 jaar. Ze was bewusteloos in het ziekenhuis binnengekomen en had regelmatig epileptische insulten. We dachten aan een hersenvliesontsteking. Ze was ook HIV-positief. In het hersenvocht werd een verwekker aangetoond die veel voorkomt bij patiënten die HIV-positief zijn. Een ernstige ziekte. De eerste dagen was ze soms wel bij kennis, maar de toestand verslechterde ondanks de behandeling. Wat het temeer triest maakte is dat ze een tweeling had van 3 maanden oud die dus elke dag gewoon aan haar borst werden gelegd door de guardians. Andere voeding is te duur en zeker voor 2 kinderen. Uiteindelijk is deze vrouw overleden.
Een andere vrouw kwam op het oog niet heel ziek binnen. Haar voornaamste klacht was dat ze nu al een maand menstrueerde. Ze was hiervoor eerst bij een traditionele genezer geweest, zonder resultaat. Ze bleek ernstige bloedarmoede te hebben. Er werden bovendien ook malariaparasieten in haar bloed gevonden. Dus twee factoren die waarschijnlijk aan de bloedarmoede hebben bijgedragen. Verder klaagde ze over vocht in de benen en het gezicht. Dit en andere bevindingen bij het onderzoek wees op hartfalen. Ze heeft een bloedtransfusie gehad, maar knapte toch niet echt op. Ze is na een paar dagen overleden. Vermoedelijk was de doodsoorzaak uiteindelijk onherstelbare nierschade. Vorige maand nog kerngezond. Mogelijk had dit niet zo hoeven aflopen als ze eerder was gekomen...
-----------------------------
Protocol hypertensie
Zoals al eerder verteld was ik ook bezig met het maken van een protocol voor de behandeling van hypertensie (hoge bloeddruk). Dat is inmiddels af. Een aantal weken geleden heb ik daarover een presentatie gehouden. Het protocol bestaat onder andere uit een stroomdiagram. De bedoeling is dat iedereen die een patiënt met hypertensie voor zich heeft dit stroomdiagram volgt en dan bij de juiste behandeling uitkomt, waardoor iedereen beter passend bij zijn situatie wordt behandeld. Er zijn namelijk veel soorten medicijnen voor hoge bloeddruk. Heeft iemand bijvoorbeeld hoge bloeddruk én suikerziekte, dan start je met andere medicijnen dan als iemand alleen hoge bloeddruk heeft. Ik hoop dat het in de praktijk gaat werken.
-----------------------------
Mobiele Kliniek
Het ziekenhuis heeft 17 klinieken onder haar hoede die regelmatig bezocht moeten worden. Er is een team die dat als dagelijks werk heeft. Zij gaan vier keer per week met de ambulance naar een van deze klinieken, zodat elke kliniek ongeveer maandelijks wordt bezocht. Dit wordt dus de ‘mobiele kliniek' genoemd. Aflopen week ben ik een dag mee geweest naar Ebombweni.
Nadat we een eind op een geasfalteerde weg hadden gereden, sloegen we een zandweg in. Dit wil zeggen, een enorm gehobbel over alle gaten en kuilen. De ambulance lijkt gelukkig alles aan te kunnen en het had al een aantal dagen niet geregend, dus het was niet modderig. Erg interessant om eens in echt buitengebied te rijden. Na ongeveer drie kwartier kwamen we aan bij een gebouw. Ja, de kliniek is alleen een gebouw, de spullen namen wij mee. Maar de patiënten waren er ook al. Het was erg druk. Iemand was al bezig de weegschaal aan het plafond te hangen om alle baby's en kinderen te wegen. Dus een voor een in een doek, doek aan de haak en je kan het gewicht af lezen (zie de foto). Het team van ongeveer 10 mensen voerden de volgende taken uit: zwangerschapscontroles, controle van kinderen jonger dan 5 jaar (als ons consultatiebureau), HIV voorlichting en testen en het geven van vaccinaties. In het gebouw stonden alleen een paar houten bankjes, zodat de patiënten op de grond voor ons zaten. We werkten aan een stuk door tot 3 uur in de middag, toen hadden we alle patiënten gehad.
Intussen had iemand van de groep gekookt (het hout voor het vuur hadden we ook meegenomen), dus samen gegeten. Zodra we in de ambulance stapten begon het te stortregenen. Dit was onmiddellijk te merken aan de weg. Al gauw stuiten we op enorme stroom water met daarin half-op-de-kant-half-in-het-water' een pickup. Na deze stroom begon een tamelijk steile helling. We keken toe hoe de pickup als een tor in de wasbak steeds pogingen deed om ophoog te komen, maar vervolgens weer teruggleed. Uiteindelijk konden wij er wel langs, maar de pickup stond er nog. Misschien morgen?
Hartelijke groeten van ons beiden
Het wordt weer tijd voor een update van onze kant. We zijn het nieuwe jaar ingegleden. Rustig, zoals het Afrika betaamt. Geen vuurwerk (althans, voor zover we hebben kunnen waarnemen) en geen herrie. Stiekem ook wel weer jammer. De rotjes van rotjochies hebben we natuurlijk niet gemist, maar het mooie siervuurwerk, de drukte op straat rond twaalf uur, het schudden van handen en de (geveinsde) verbondenheid met Jan en alleman creëert toch ook weer een mooie sfeer. Net zoiets als de kerstmarkt. Eigenlijk vinden we het maar niks, al die poespas en zoetsappigheid, maar toch gaan we er elk jaar weer heen. Zoiets. Nu goed, dat alles was hier niet. We hebben de eerste kerstdag doorgebracht bij Martijn en Anneke. Het was een erg gezellige dag geworden. 's Ochtends was er een kerkdienst. Normaalgesproken vindt de Engelstalige dienst om 08.00h plaats en de lokale dienst (Tumbuka) om 10.00h. Op de kerstdag zou er een gezamenlijke dienst zijn. Hoe laat die echter begon was wat mistig. We dachten dat het erg druk zou worden, dus hadden besloten om op 08.30h in te steken. Dat bleek echter wat vroeg te zijn. We waren de eersten en er werd nog volop gebezemd. Achteraf bleek 09.00h de goede tijd en 09.30h arriveren had ook prima gekund. Nu goed, wij waren op tijd (net als Anneke en Martijn overigens).
Ik noemde deze dag eerste kerstdag, maar eigenlijk is het gewoon kerstdag daar een tweede kerstdag niet bestaat. Dat was dus ook een gewone zaterdag geworden.
Van ‘oud en nieuw' hebben we ook een Nederlands avondje gemaakt. Opnieuw een leuke avond.
En daarna gaat alles gewoon weer verder. De regen blijft vallen, het maïs wordt hoger, het landschap groener en de onverharde weg slechter. Stiekem verlangen we terug naar de droge periode. Hoewel het warm was, begon elke dag met zon. Nu kan het dagen bewolkt en buiig zijn. Gelukkig breekt het nog geregeld open. Het is erg mooi om de natuur te zien opbloeien. Net voor de regentijd was alles droog, zanderig, en bruin. Nu komt overal gras op, de bomen zijn volop groen en het maïs schiet de lucht in. De gewassen die hier het meest verbouwd worden zijn maïs en tabak. Maïs om te eten, tabak om te verhandelen. Om 06.00, als we de gordijnen open schuiven, zien we de mensen al aan het werk. Ze hakken de grond los, strooien kunstmest of verwijderen het onkruid. Het is hard werken.. Zeker het verbouwen van tabak is enorm intensief, zo hebben we begrepen.
Met ons werk gaat het goed. Ik (Reinder) blijf voornamelijk actief voor de universiteit. Zoals eerder gezegd werken we aan de opbouw van een kenniscentrum op het gebied van water en sanitaire voorzieningen. Het schiet nu al aardig op. Ik heb voor mezelf de doelstellig geformuleerd dat, voordat we naar huis vertrekken, de website in de lucht moet zijn. Waarschijnlijk is dat niet haalbaar, maar we zullen zien. Het is mooi werk, ik kan er erg van genieten. Vooral omdat we een half jaar geleden met bijna niets zijn begonnen en nu gepland hebben om binnenkort de eerste cursus/training aan te bieden op het centrum. Die cursus moet dan het officiële begin van het centrum inluiden.
Iets anders waar het centrum bij betroken raakt, is ecologische sanitatie in het Mzuzu. Een Nederlandse ontwikkelingsorganisatie faciliteert dit project. Het interessante is dat de insteek volledig zakelijk is. Alle partijen leggen kapitaal in, alle partijen hebben de mogelijkheid winst te maken, iedereen heeft er belang bij als het project slaagt. Er wordt niets gegeven, hooguit een lening die terugbetaald moet worden.
Onderwijl tellen we de weken af. Op het moment van schrijven nog zo'n vijf weken. Dan hopen we weer thuis te zijn. We zien er naar uit. Hoewel we het erg goed naar onze zin hebben hier, verlangen we ernaar om weer terug te gaan. We missen familie, vrienden, de Nederlandse cultuur en landschap, de uitgaansmogelijkheden, etc.. Het klinkt misschien gek, maar je kunt je in dit wijde landschap toch nog opgesloten voelen. We hebben natuurlijk geen auto, maar al zouden we die hebben, dan kunnen we kiezen uit links of rechts, naar het noorden of naar het zuiden. Dat is alles. En als we een gezellige avond willen, kunnen we ‘kiezen' uit Anneke en Martijn of onszelf. Meer vrienden hebben we eigenlijk niet. Misschien hadden we vanaf het begin dapperder moeten wezen. Meer mensen moet uitnodigen, actiever worden in de kerk, meezingen met een koor, etc.. Toch betwijfel ik of dat echt een verschil had gemaakt. Colinda had, naar haar idee, leuk contact met een collega in het ziekenhuis. Toch kwam uiteindelijk ook zij met de vraag of we niet een laptop konden geven omdat ze opnieuw naar school wilde. En hoewel zulke vragen op zich begrijpelijk zijn, doet het inbreuk op de vriendschap. Het blijft altijd ongelijk. Wij blijven de rijken, zij de armen, ook al betreft het iemand met een baan, huis en voldoende voeding. Achter elk contact ligt dus de wens dat wij uiteindelijk over de brug komen met geld of wat dan ook. En al zouden we heftig investeren in contacten, dan zou het maanden duren voordat we weten of hun ‘ja' en hun enthousiasme echt zijn of sociaal correct. Nu ja, wat ik maar zeggen wil: vrienden maken, je echt thuis voelen in een gemeenschap, is zo eenvoudig nog niet.
Iets anders wat we ons wel eens afvragen, is hoe ze nu écht tegen ons aankijken. Wat vinden ze nu van blanken die hierheen komen om hen te helpen? Het ontvangst in de kerk is altijd even hartelijk. "Welcome to the warm heart of Africa and the warm heart of Malawi. Voel je thuis in deze gemeenschap, steun ons met je aanwezigheid en weet je gesteund door onze gemeenschap. Enz." En ik wil heus geloven dat dat gemeend is, maar zouden sommigen toch ook niet anders tegen ons aankijken? Zouden ze zich in hun waardigheid aangetast voelen (‘alsof wij hulp nodig hebben!') of zouden ze ons maar rare witte wezens vinden, die veel te hard lopen en geen nzima eten (maïspap)? Of zien ze ons als mensen die enorm rijk zijn, zo rijk dat ze denken dat geld voor ons waardeloos is geworden, dat ze denken dat wij daar zonder problemen mee kunnen strooien?
Eerlijk gezegd weten we het niet. Wat we wel weten is dat we onszelf op het verkeerde spoor kunnen zetten. Als er hard gelachen wordt, dan wordt je niet uitgelachen maar is het stimulerend bedoeld. En als kinderen met een wat zeikerige stem vragen hoe het met je gaat, steken ze niet de draak met je, maar proberen ze in zo goed mogelijk Engels een zin te formuleren.
Tsja, zoiets verzin je niet zelf. Dat leren we van de ervaren cultuurkenners hier. Zo leren we de cultuur dus een klein beetje kennen.
Als laatste: de foto's onder ‘Diversen' geven nog een indruk van onze bezigheden en de omgeving.Gisteren heb ik (Reinder) Zijne Excellentie President Bingu mogen zien. Hij was in het gebied dat getroffen is door een serie aardschokken. Hij kwam steun betuigen. Hij bezocht het evacuatieterrein en hield een toespraak bij een basisschool.
De ontwikkelingsafdeling (waar ik werk) verleent steun in deze regio. Ze is er dus niet alleen voor het ontwikkelen van watervoorzieningen, maar ook voor de heropbouw na een ramp. Ze maakt een analyse van de situatie (hoeveel huizen zijn er beschadigd of onbewoonbaar, hoeveel scholen, hoeveel kerken etc.), maakt er een rapport van en stuurt dat naar de donoren in afwachting van hun steun. Met een van deze bezoekjes ben ik meegegaan.
De aardbevingen begonnen ongeveer 1,5 week geleden. Zondagavond was het, 20.00h geloof ik. We werden opgeschrikt door een raar soort trilling; het leek alsof het van heel diep kwam. Het was niet heel heftig (we rolden niet van onze stoel), maar wel genoeg om stevig te schrikken. De dagen erna hield het aan, hoewel de meesten schokken minder krachtig waren. Het epicentrum bleek in de buurt van Karonga te liggen, zo'n 170 km naar het noorden. Daar was 5,9 op de schaal van Richter gemeten. Niet niks natuurlijk. Er bleken huizen beschadigd of ingestort te zijn. Gisteren zag ik wat getallen volgens de ontwikkelingsafdeling. 16.000 mensen waren getroffen door de beving (op een of andere wijze), 700 huizen waren onbewoonbaar, en nog eens 1.700 huizen hadden stevige reparatie nodig. Omdat men bang was voor nieuwe aardschokken zijn dorpen geëvacueerd naar een tentenkamp.
Gisteren hebben we het kamp bezocht. Per dorp een tent. Elke tent hutje mutje vol. Gelukkig regent het nauwelijks deze weken. Het was er enorm druk. Men wist dat de president hier een bezoekje zou brengen. De president kwam aanrijden met de auto, inclusief een staart van nog eens 7 auto's. Hij bezocht een drietal tenten om vervolgens op weg te gaan naar de basisschool voor de speech. De hele meute (honderden mensen) renden erachter aan. Na de speech vertrok de hele stoet weer. Veel dingen mogen traag gaan in Afrika, dit echter ging in een rap tempo. De president had zijn laatste woord nog niet gesproken of de auto's stonden alweer in gelid om te vertrekken.
Wij zijn daarna kerken en huizen gaan bekijken. Sommigen helemaal ingestort (hoewel niet heel veel), andere met grote scheuren. Te gevaarlijk om nog in te gaan slapen, zeker met de kans op nieuwe schokken. Dat betekent dus ofwel slapen op het evacuatiekamp, ofwel buiten onder een simpel (rieten) afdakje. Zowel in het kamp als bij de huizen zelf gaven de mensen een vrolijke indruk, meer dan ik had verwacht. In de tenten leek het gezellig. En bij de huizen werd vol geuren en kleuren verteld wat er gebeurd was. "Kedoeng, kedoeng, kedoeng", zo simuleerde iemand en hij schudde wild met zijn handen. Ze lachen het hard bij. Inderdaad, zo was het.
We zijn ook nog bij de aardscheuren wezen kijken. Een raar gezicht: grote breuklijnen dwars door het land. Een daarvan loopt precies onder een huis. Gek genoeg staat het nog wel overeind. De grootste scheuren hebben ook lava uitgespuugd. Een vreemd klei-achtig goedje, dat een beetje glimt.
Het is te hopen dat de aardkorst zich rustig houdt. Voor zover we gevoeld hebben zijn er sinds zaterdag geen serieuze bevingen meer geweest. Desalniettemin zijn de gevolgen niet niks. Vooral met alle regen die nog komen gaat. Vermoedelijk verlaat men dan toch de rieten overkapping om in het huis met scheuren te gaan slapen...
...........................
Vorige week vrijdag zijn we naar Livingstonia gegaan. Reinder was er al eerder geweest, maar dit keer konden we samen meerijden met Jim. Ons doel was om er een toeristisch dagje van te maken in Livingstonia, maar onderweg waren er tal van verrassingen die ervoor zorgden dat van de 10 uur durende reis, we slechts 3 uur in Livingstonia doorbrachten. Het blijft een prachtige rit. Door een steeds groener wordend landschap, met bergen, breder wordende rivieren en op een gegeven moment de altijd terugkerende verrassing: het uitzicht op het meer. Vanaf de weg zien we diep beneden ons Lake Malawi liggen. We kronkelen dan naar beneden, om vervolgens vanaf het meer via een ‘dirt road' (zand/rotsachtige weg) weer op te klimmen naar Livingstonia.
We ondervonden wat obstakels tijdens de reis. Allereerst de ‘road blocks': wegversperringen, opgeworpen door de politie, met als doel controle op rijbewijs, lading, gevarendriehoek en andere door de wet voorgeschreven regels. Helaas, dit keer geen gevarendriehoek bij ons. Dat betekende een boete van zo'n E 15,- en wat oponthoud.
Een heel wat tijdrovender element was de zoektocht naar benzine. Een aantal weken was er vooral een tekort aan diesel in het land, maar daarna is het benzine tekort nijpender geworden. Jim had benzine nodig voor werknemers in Livingstonia die daar werken aan een watervoorziening en zich verplaatsen op motors (op benzine). We hadden al een poging gewaagd in Mzuzu, maar dat was tevergeefs. Er zijn in Mzuzu diverse tankstations. Om nu te bepalen welke wel en welke geen voorraad hebben, kun je afgaan op de aanwezigheid van een rij. Wanneer er benzine is (of aanstonds wordt verwacht) vormt zich een lange rij auto's achter de pomp en een grote hoeveelheid jerrycans rondom de pomp. Bij een tankstation waar nauwelijks auto's te vinden zijn, valt niets te halen. Nu goed, in Mzuzu geen benzine dus. Dan maar onderweg proberen. Dat lijkt minder waarschijnlijk (omdat er alleen nog maar dorpen langs de weg te vinden zijn), maar hier geeft de zwarte markt nog hoop. Voor bijna de dubbele prijs per liter wordt aan de vraag van een enkele smachtende koper voldaan. De eerste paar tussenstops hadden geen resultaat, maar de derde keer was het raak. Ergens kwam benzine vandaan. Waar vandaan weet ik niet, maar dat doet er ook niet zo toe.
Een derde bezigheid onderweg was een voor ons onverwacht evaluatiebezoek bij een van de dorpen onderweg. Een ontwikkelingsorganisatie implementeert in dit dorp ecologische sanitatie. Een medewerker van deze organisatie reed ook met Jim mee. Hij wilde graag weten hoe het ervoor stond. Hij was vooral geïnteresseerd in het business element van het hele project. Het idee is namelijk als volgt: door na elk toiletbezoek as en zand in de put te gooien, ontstaat na een half jaar wachten compost (of gewoon mest). Dat wordt humanure genoemd (een samenvoeging van human (mens) en manure (mest)). Deze humanure kan dienst doen als kunstmest op het land. Het is dus een product dat geld waard is (kunstmest is duur). In het dorp worden promoters aangesteld die het hele proces bewaken. Zij hebben de taak om stenen putdeksels te maken (op een put zonder deksel kun je niet staan). Voor de eerste paar stenen deksels krijgen ze cement van de organisatie. Die deksels verkopen ze dan aan de dorpsbewoners (ze zijn dus niet gratis). Deze dorpsbewoners moeten dus geld betalen aan de promoters (het mag ook later). Elke deksel kost zo'n E5,-. Deze promoters hebben dus een schuld. Nu mogen ze dat eventueel ook betalen in de vorm van rijst of maïs. Of humanure. Tsja, en dat laatste doet dus bijna iedereen. Humanure maken kost niets. Alleen, wat brengt humanure op? Hoeveel gaat zo'n zak van 50 kg. opleveren? En wie wil het eigenlijk hebben? Is er eigenlijk wel markt voor zo'n product? Het blijft eigenlijk maar een vieze bedoening, die humanure...
Dit is het spannendste element van het hele proces. Wat is humanure waard en wie wil het hebben? Men dacht in eerste instantie dat de ontwikkelingsorganisatie die humanure wel weer zou kopen. Dat kan natuurlijk, maar is niet heel handig. Wat moet zo'n organisatie met mest? En ten tweede: deze organisatie verdwijnt vroeg of laat weer uit beeld; het proces moet door het dorp zelf in stand gehouden worden. Dus alle aanwezigen werden opgeroepen reclame te maken voor humanure. Na nog een aantal aanbevelingen en tips werd de sessie afgesloten en gingen we weer verder. In Livingstonia hebben we genoten van het uitzicht. Vanaf zo'n 1900m kijk je uit op het meer. Ook de overkant van het meer is goed zichtbaar: Tanzania. De foto op de homepage van onze weblog laat het uitzicht zien. Geniet mee.
Bedankt voor alle reacties en mails en een hartelijke groet
Voor ik naar huis ga loop ik nog even langs alle afdelingen. Zijn er nog patiënten die gezien moeten worden? Zo niet, dan naar huis en afwachten wanneer ik nodig ben. Het is een opwindend gevoel dat ik vannacht de eerste verantwoordelijke ben voor het ziekenhuis. Ik ben namelijk de ‘First On Call'. Dit houdt in dat ik voor alle patienten wordt geroepen, tenzij het ‘Maternity' betreft. Daar wordt de ‘Second On Call' voor gehaald. ‘Second On Call' zijn dus die artsen of Clinical Officers die voldoende opgeleid zijn voor alle problemen en handelingen (bv. keizersneden) rond zwangerschap en bevalling. Er hebben er dus twee dienst per nacht.
Om 20.00 uur, net nadat ik mijn laatste slok thee opheb, horen we het zware gebrom van de ambulance die pal voor de deur komt staan. Hoewel het ziekenhuis op loopafstand is, wordt je 's nachts/'s avonds(het is hier om 18.00 uur donker) opgehaald, o.a. vanwege de dronken mensen die dan regelmatig over straat lopen. Wel makkelijk en ook wel even leuk dat korte hobbelritje. De chauffeur vertelt me dat ze me nodig hebben op de kinder- en de mannenafdeling. Eerst maar naar de kinder. Daar is net een kindje van 1,5 jaar binnengekomen. Het heeft sinds vandaag bloederige ontlasting. Bij het onderzoek voel ik een vreemde bobbel in de onderbuik. Zou dit een ‘intussusception'(ofwel het uitstulpen van het ene stuk darm in het andere, waardoor er verstopping ontstaat) kunnen zijn? Ik stel nog wat vragen aan de moeder en ga dan toch maar even met Anneke (Second on Call) bellen voor overleg. We besluiten het kind door te sturen naar het ziekenhuis in Mzuzu, daar kan indien nodig geopereerd worden.
Daarna naar de mannenafdeling. Vreemd om in het donker over het ziekenhuistterrein te lopen. Hoewel, met deze heldere maan en de duizenden sterren kan je het bijna niet donker noemen. Voordat ik de afdeling bereik, weet ik al wat ik er in elk geval moet doen; luid gehuil komt me tegemoet. Gelijk voel ik best wat spanning. Dit wordt dus de eerste persoon waarbij ik als arts officieel de dood moet bevestigen. Het betreft een oude man die de laatste dagen erg achteruit ging. Voor we naar het bed lopen houd ik nog even de verpleegkundige tegen: ‘Wat zeg ik zo tegen de familie? Alleen maar ‘Pepani'?(letterlijk ‘Sorry', in dit geval ‘het spijt me').
Voorzichtig loop ik tussen de huilende familie door die op de grond rond het bed zitten. Het is vreemd en het blijft naar; je zet de stethoscoop op een koude borstkas en je registreert geen hartslag, geen beweging. Hij leeft echt niet meer.
En dan sta je de volgende minuut al weer bij een nieuwe patient. Een jonge man met een diepe snijwond in zijn been die gehecht moet worden.
Daarna weer naar huis. Voordat we goed en wel in slaap vallen, zijn we allebei weer een keer uit bed gestapt: we hoorden toch het geluid van een auto? Toch niet blijkbaar. Grappig is dan dat je bij het weer wakker worden als eerste constateert dat je dus de rest van de nacht niet geroepen bent... Maar toch: vóór de ochtendoverdracht moet ik nog even kijken bij een nieuwe patient op de vrouwenafdeling. Mijn eerste nachtdienst is voorbij: afwisselend, maar toch rustig.
Een hartelijke groet van Colinda
Het wordt tijd dat ik eens wat vertel over mijn eerste, echte werkervaringen als dokter. En natuurlijk over het reilen en zeilen van het ziekenhuis in Ekwendeni. Want ik hier ben ik inmiddels al weer 6 weken bezig. De eerste dag vond ik behoorlijk spannend, maar dat heb ik altijd met ‘eerste dagen'. Het viel erg mee. Anneke hielp me op gang met de visite op de kinderafdeling, maar door de ervaringen in Mzuzu kon ik het al gauw zelf afmaken.
Elke werkdag wordt begonnen met een gezamenlijke opening met personeel en patiënten, de zogenaamde ‘Prayers'. Op maandag, woensdag en vrijdag in een centrale ruimte van het ziekenhuis. Op dinsdag en donderdag in kleinere groepen op de verschillende afdelingen. Dat laatste vind ik vooral erg bijzonder; samen met je eigen patiënten de dag te beginnen met gebed om de zegen van God. Dit ervoer ik zeker nadat ik laatst, met bange voorgevoelens, 's morgens vroeg naar de afdeling liep om te vragen hoe het ging met het zieke baby'tje. Waar ik bang voor was, bleek waar. Het was die nacht overleden. Ik was hier echt verdrietig over. Het was voor dit kindje de derde opname in twee weken. Ik had het dus al veel gezien en al twee keer in goede conditie ontslagen. Maar nu een ernstige longontsteking, die niet reageerde op alle mogelijke antibiotica. Ik ben vervolgens de moeder gaan opzoeken bij het mortuarium, waar ze zojuist naar toe waren gegaan. Ik heb mijn medeleven betuigd en gezegd dat we alles hebben gedaan wat we konden. Vervolgens zei een ander familielid dat dit blijkbaar de wil van God was en dat ze hierin proberen te berusten. Op dat moment werd het me te veel en ben ik met tranen in mijn ogen weggelopen. De wil van God? Of onderdeel van het vreselijke kwaad dat in de wereld is gekomen? Fijn was het om daarna het verdriet en deze vragen tijdens de prayers aan God te kunnen voorleggen.
Na de Prayers is de overdracht. De verpleegkundigen die nachtdienst hadden lezen een overzicht voor van de patiënten die specifiek aandacht behoeven. Hier zitten dan de artsen en verpleegkundigen van de dag bij. Daarna gaat ieder naar zijn eigen afdeling voor de visite, of ‘ward round', zoals we dat hier noemen. Op de kinderafdeling ga je niet langs de bedden met de visite, maar komen alle moeders/guardians met de kinderen naar een aangrenzend zaaltje, waar ze in een kring gaan zitten met het kind op schoot. Ik zit daar met een verpleegkundige aan de tafel. Als ik klaar ben met een patiënt, gaat de volgende op de stoel naast mij zitten, totdat heel de rij is verdwenen. Vaak loopt Anneke aan het eind van de ochtend nog even langs, zodat ik de gelegenheid heb om met haar nog patiënten te bespreken. Fijn en ook erg gezellig om nu samen te werken.
Om 12 uur lunchpauze. Heerlijk even naar huis om samen te lunchen. Dat zijn echt dingen waar ik van geniet hier. Lopend naar het werk, tussen de middag even thuis, de heerlijke temperatuur (hoewel het nu soms echt warm is)... Officieel is de pauze om half twee afgelopen, maar de meesten signaleer ik pas om twee uur (dus ook mijzelf). Ja, ik weet dat het luxe is!
's Middags is het meestal rustig. Eerst even langs de kinderafdeling. Vragen? Nieuwe patiënten die gezien moeten worden? Vaak komen de verpleegkundigen met kinderen die nog steeds of opnieuw hoge koorts hebben. Moet de therapie niet gewijzigd worden? Het liefst antibiotica. Dat is zeker een verschil met Nederland. Daar wordt gehamerd op terughoudendheid in het voorschrijven van antibiotica, voornamelijk om resistentie te voorkomen. Hier wordt iedereen onrustig van een paar dagen hoge koorts zonder behandeling met antibiotica. Het is ook lastig, zeker omdat er hier veel minder diagnostische middelen zijn. Dus doen we het soms toch maar.
Wanneer we 's middags met weinig zijn, loop ik ook nog even langs de andere afdelingen. Soms kan je dan ineens druk zijn. Voornamelijk met nieuw opgenomen patiënten. Tussendoor hoop ik steeds dat ik wordt gebeld door de maternity dat er iemand op het punt staat te bevallen. Ik heb dit gevraagd, omdat ik het erg leuk vind wat ervaring te krijgen in het leiden van bevallingen.
Is de middag met al deze dingen nog steeds niet vol, dan ga ik achter de computer verder werken aan een protocol voor de behandeling van hoge bloeddruk.
Verder was er in het ziekenhuis veel aan de hand. De week voor ik begon was er onverwacht een Clinical Officer vertrokken. Hij werd namelijk verdacht van diefstal van medicijnen uit het ziekenhuis en is daarvoor opgepakt. Als deze aanklacht van kracht blijft, wordt dat een gevangenisstraf. De omstandigheden in een Malawiaanse gevangenis schijnen erg beroerd te zijn, dus betekent dat een zware straf. In diezelfde tijd dreigde het personeel met een staking, omdat ze al langere tijd veel klachten hebben over het management, terwijl er geen verbetering optreed. Allemaal best heftig en niet goed voor het ziekenhuis. Ook voor Anneke moeilijk, omdat er van haar ook bemoeienis wordt verwacht in dit soort zaken. Uiteindelijk is er ook nog een dag gestaakt. Gelukkig wel goed verlopen. Hierdoor is in elk geval weer het gesprek tussen het management en het personeel op gang gebracht.
Wel fijn is dat er 2 weken geleden een nieuwe Clinical Officer is bijgekomen en deze week ook een nieuwe arts is begonnen. Beide hebben hier al eerder gewerkt. De eerste is een Malawiaan, de tweede is een Amerikaan. Totaal zijn er nu 4 Clinical Officers en 3 artsen (mij erbij gerekend). Zeker voor de diensten is het erg fijn dat die nu over wat meer mensen verdeeld kunnen worden.
Overigens heb ik ook mijn eerste nachtdienst gehad. Maar daarover de volgende keer meer...
Een warme groet vanuit Malawi.
Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.